pietersma & spoelstra

ruimtelijke ordening en milieuadviseurs

Zoek
Telefonisch zijn wij bereikbaar op werkdagen van
9:00 tot 17:00 uur
0512-369900.
info@psrom.nl

Bezoekadres: De Sânnen 28 9289 HK Drogeham

Ruimte zoeken en vinden

Staat in het gelijk gesteld in hoger beroep fosfaatreductieregeling

Het gerechtshof Den Haag heeft op 31 oktober een uitspraak gedaan in het hoger beroep dat door de Staat was aangespannen in verband met de fosfaatreductieregeling. Daarbij is de Staat in het gelijk gesteld. Het Hof haalt daarmee een streep door de vonnissen die de rechtbank Den Haag eerder in mei en augustus van dit jaar deed. Lees verder onder juridisch advies wat wij voor u kunnen doen.

Als u plannen heeft en wilt uitvoeren, heeft u in veel gevallen daarvoor toestemming van de gemeente nodig. Bijvoorbeeld als u uw bedrijf wilt uitbreiden of een woning wilt laten (ver)bouwen. Meestal heeft u dan een vergunning nodig. Bij het aanvragen daarvan komt u in aanraking met een scala aan regels en wetten. Regels in verband met bouwen, milieu, isolatie, brandveiligheid, welstand, e.d. Voor veel mensen een doolhof, waarin je snel de weg kwijt raakt. Wij helpen u graag uw weg te vinden, zodat u uw plannen zo snel mogelijk kunt gaan uitvoeren.

Voorbereidingsprocedure aanvraag omgevingsvergunning

Voor activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving zoals bouwen, aanleggen van wegen of het in werking hebben van een inrichting is in veel gevallen een omgevingsvergunning vereist. De timing en daarmee ook de kosten van de uitvoering van projecten waar deze activiteiten onderdeel van uitmaken, zoals woningbouwprojecten, infrastructuurprojecten of het uitbreiden van een chemisch bedrijf, worden onder andere beïnvloed door de tijd die nodig is voor het verkrijgen van de benodigde vergunningen. Het is daarom van belang om voor de start van een project inzicht te hebben in de voorbereidingsprocedure die van toepassing is op de behandeling van een aanvraag van een omgevingsvergunning.

Is sprake van een omgevingsvergunning?

De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voorziet in bijzondere regels voor de voorbereiding van omgevingsvergunningen. Voor beantwoording van de vraag of deze regels van toepassing zijn, is uiteraard van belang om eerst te bezien of wel sprake is van een omgevingsvergunningplicht. Daarbij is het van belang om te bepalen:

  • welke activiteiten worden uitgevoerd, en
  • of voor één of meer van die activiteiten een omgevingsvergunning is vereist.

Een project kan bestaan uit verschillende activiteiten. In de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wabo  is bepaald voor welke activiteiten een omgevingsvergunning nodig is. Genoemd worden onder meer de activiteiten bouwen van een bouwwerk, oprichten van een inrichting of het slopen van een beschermd monument. Kenmerkend voor de omgevingsvergunning is dat voor een project in beginsel slechts één vergunning wordt verleend, ook al bestaat het project uit verschillende activiteiten. Met die ene vergunning wordt dan toestemming verleend om verschillende activiteiten uit te voeren. De activiteiten worden inhoudelijk wel afzonderlijk getoetst aan de daarvoor geldende materiële regels, zoals de Wet milieubeheer of het Bouwbesluit 2012.

Reguliere en uitgebreide voorbereidingsprocedure

Als voor één of meerdere van de uit te voeren activiteiten een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd, dan zijn op de behandeling van de aanvraag de procedureregels van hoofdstuk 3 Wabo van toepassing. Voorzien is in twee typen voorbereidingsprocedures. Enerzijds de regulierevoorbereidingsprocedure, anderzijds de uitgebreide voorbereidingsprocedure.

Tussen de beide procedures bestaan diverse verschillen. Een voor de praktijk belangrijk verschil is de duur van de beslistermijn. Voor de reguliere procedure geldt in beginsel een beslistermijn van acht weken, terwijl voor de uitgebreide procedure de beslistermijn in beginsel zes maanden bedraagt. Voorts zijn er verschillen in de rechtsbeschermingsprocedure. Zo kan tegen een beslissing die volgt op de reguliere procedure bezwaar en beroep worden ingesteld. Bij de uitgebreide procedure is dat anders. Daarbij is de mogelijkheid van bezwaar uitgesloten en is direct beroep bij de bestuursrechter de aangewezen route. Dat is ook niet vreemd als men bedenkt dat het bevoegd gezag bij de uitgebreide procedure een ontwerpbesluit dient te nemen waarover vervolgens zienswijzen kunnen worden ingediend, alvorens een besluit op de aanvraag wordt genomen. De toepassing van ook nog de bezwaarprocedure zou hier teveel van het goede zijn.

De verschillen tussen de beide procedures sluiten aan bij de gedachte die de wetgever heeft bij de toepassing ervan. Uit de parlementaire geschiedenis van de Wabo volgt dat de reguliere procedure geschikt wordt geacht voor projecten waarbij de toestemming een min of meer gebonden karakter heeft en maatschappelijke risico’s minder ingrijpend zijn. De uitgebreide procedure is gereserveerd voor complexe projecten, waarbij sprake is van ruime beoordelingsvrijheid, grotere maatschappelijke risico’s en waarbij belangen van derden een belangrijke rol spelen. In die procedure biedt daarom de zienswijzefase een mogelijkheid voor de aanvrager en/of derdebelanghebbenden om mee te denken over het te nemen besluit op de aanvraag.

Advies omgevingsvergunning

Wanneer u op zoek bent naar deskundig advies over de omgevingsvergunning of u vragen heeft over de verschillende voorbereidingsprocedures van de omgevingsvergunning, kunt u terecht bij de adviseurs van Pietersma & Spoelstra. Neem gerust contact met ons op of kom eens langs in ons kantoor.

Wet aanpak woonoverlast

Op 1 juli 2017 is de Wet aanpak woonoverlast in samenwerking met de omgevingsvergunning in werking getreden. Met deze wet hebben gemeenten een aanvullend instrument gekregen om woonoverlast effectiever aan te pakken. Burgemeesters hebben namelijk de bevoegdheid gekregen om aan veroorzakers van woonoverlast een specifieke gedragsaanwijzing op te leggen.

De aanpak van woonoverlast

Woonoverlast kent vele vormen. Een hond die continu blaft, omwonenden die weigeren het portiek schoon te houden, buren die laat in de nacht luidruchtige gasten over de vloer hebben. Tot 1 juli had de gemeente grofweg twee opties om dergelijke overlast aan te pakken. Ofwel het geven van een waarschuwing of wel een uithuisplaatsing of sluiten van de woning. De eerste optie werd als te licht beschouwd en de tweede te zwaar. De specifieke gedragsaanwijzing zou de aanpak van woonoverlast effectiever moeten maken.

De gedragsaanwijzing

De gedragsaanwijzing heeft de vorm van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom. In de last staat beschreven dat de overlastgever een bepaalde handeling moet doen of nalaten. Deze gedragsaanwijzing kan bijvoorbeeld inhouden dat een hond moet worden gemuilkorfd, geen luide muziek mag worden gedraaid, een beperkt aantal bezoekers per dag mag worden ontvangen enzovoorts. Bij de daadwerkelijke uitoefening van bestuursdwang kan men denken aan het verwijderen van bezoekers uit de woning, het aanbrengen van geluidwerende vloerbedekking, het verwijderen van geluidsapparatuur, het inbeslagnemen van huisdieren of het verwijderen van vuilnis. De gedragsaanwijzing kan worden opgelegd aan overlastgevers in zowel huur- als koopwoningen.

De bevoegdheid tot het opleggen van een gedragsaanwijzing geldt als ‘ultimum remedium’. Pas wanneer minder ingrijpende middelen, zoals een waarschuwing, een goed gesprek, buurtbemiddeling of mediation, niet hebben gewerkt kan de aanwijzing worden opgelegd. Om deze reden is in artikel 151d lid 2 bepaald dat de burgemeester slechts uitoefent “indien de ernstige en herhaaldelijke hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan.”

Het ultimum remedium-karakter doet er niet aan af dat in geval van ernstige overlast de aanwijzing een verbod kan inhouden om aanwezig te zijn in of bij de woning. Deze uithuisplaatsing geldt voor een periode van tien dagen en kan worden verlengd tot vier weken.

Wijziging gemeentelijke verordening nodig

De burgemeester beschikt pas over de bevoegdheid om een gedragsaanwijzing te geven als dit in een gemeentelijke verordening mogelijk wordt gemaakt. De gemeenteraad kan in de verordening bepalen dat degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, er zorg voor moet dragen dat door gedragingen in of rondom die woning of dat erf geen ernstige of herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. De overtreding van deze bepaling kan vervolgens worden gehandhaafd met een gedragsaanwijzing.

Door deze trapsgewijze bevoegdheidstoedeling kan rekening worden gehouden met de specifieke behoeften en omstandigheden per gemeente. De ene gemeente kan immers met een ander soort overlast worden geconfronteerd dan een andere gemeente. Zo kan de raad in de verordening een limitatieve lijst opnemen waarin staat voorgeschreven in welke situaties de burgemeester een specifieke gedragsaanwijzing mag opleggen.

In de memorie van toelichting wordt opgemerkt dat de burgemeester ook in beleidsregels een stappenplan zou kunnen opstellen waarin wordt omschreven wat wordt verstaan onder ernstige hinder en in welke gevallen actie wordt ondernomen. Dit draagt bij aan de voorzienbaarheid van het gebruik van dit nieuwe instrument.

Afronding

Door de introductie van de gedragsaanwijzing kan een burgemeester eerder en gerichter optreden. Wel zal bij het opleggen van een aanwijzing de gevolgen van de last niet uit het oog worden verloren. Deze gevolgen mogen voor de bewoner niet onevenredig zijn. Het instrument komt dan ook pas in beeld als andere minder ingrijpende instrumenten – zoals een waarschuwing – niet werken. De wetswijziging maakt een meer genuanceerde aanpak mogelijk en is daarmee voor gemeenten een welkome aanvulling op het handhavingspakket bij woonoverlast.

Advies natuurbeschermingswetvergunning

Bent u op zoek naar een deskundig specialist op het gebied van de natuurbeschermingswetvergunning? Vragen over de werking van de natuurbeschermingswetvergunning? Pietersma & Spoelstra staat altijd voor u klaar om u te helpen. Neem gerust contact met ons op voor meer informatie.